HTML tutorial

regeling WMO-adviesraad WMW

Regeling Wmo-adviesraad West Maas en Waal
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Maas en Waal,  gelet op artikel 84, eerste lid, van de Gemeentewet en artikel 11, vierde lid, en artikel 12, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning;gehoord het advies van de Wmo-adviesraad West Maas en Waal van 10 september 2008;

Besluit:
vast te stellen de hierna volgende ´Regeling Wmo-adviesraad West Maas en Waal´

Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Deze regeling verstaat onder:

  1. Wmo: de Wet maatschappelijke ondersteuning;
  2. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Maas en Waal;
  3. de Wmo-adviesraad: de commissie als bedoeld in artikel 2 van deze regeling;
  4. cliënt: elke inwoner van de gemeente West Maas en Waal kan als cliënt worden beschouwd.

 

Artikel 2 Taak en informatievoorziening

  1. Er is een commissie die de adviesfunctie aan het college als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wmo vervult: de Wmo-adviesraad West Maas en Waal.
  2. De Wmo-adviesraad brengt gevraagd en ongevraagd schriftelijk advies uit aan het college over zaken die de voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk beleid voor de negen prestatievelden in de Wmo betreffen.
  3. Het college draagt er zorg voor dat aan de Wmo-adviesraad de nodige informatie vroegtijdig en toegankelijk wordt verstrekt voor het behoorlijk kunnen functioneren van de Wmo-adviesraad.
  4. Voor de uitoefening van zijn adviestaak, wint de Wmo-adviesraad actief informatie in bij de cliënten- en belangenorganisaties.

 

Artikel 3 Samenstelling en lidmaatschap

  1. De Wmo-adviesraad bestaat uit ten minste 7 en ten hoogste 13 leden, onder wie een functioneel onafhankelijke voorzitter. Het college benoemt de leden voor een termijn van vier jaar. Zij kunnen eenmaal voor eenzelfde periode van vier jaar worden herbenoemd. Het college probeert bij de benoeming de Wmo-adviesraad een afspiegeling van de inwoners van de gemeente West Maas en Waal te laten zijn.
  2. Het college ontslaat leden van de Wmo-adviesraad.
  3. De Wmo-adviesraad gaat na of hij als geheel een juiste afspiegeling vormt van de doelgroepen waarop de negen Wmo-prestatievelden zich richten. Als de Wmo-adviesraad concludeert dat er geen juiste afspiegeling is, overlegt hij met de portefeuillehouder Wmo over eventueel te ondernemen stappen.
  4. Het lidmaatschap van de Wmo-adviesraad is niet verenigbaar met het lidmaatschap van:
    1. de gemeenteraad;
    2. een andere binnen de gemeente West Maas en Waal ingestelde adviescommissie;
    3. de besturen van door de gemeente gesubsidieerde instellingen die een belang hebben bij het gemeentelijk beleid voor de Wmo of die zijn betrokken bij de uitvoering van dat beleid.
    4. De leden van de Wmo-adviesraad zijn geïnteresseerde inwoners van de gemeente West Maas en Waal. De leden hebben kennis van en/of zijn ervaringsdeskundige op het vlak van één of meer van de prestatievelden genoemd in artikel 1, sub g, van de Wmo. Zij moeten voorts passen in de profielschets die het college hanteert voor de benoeming van de leden. De leden hebben zitting op persoonlijke titel en verrichten hun werkzaamheden zonder last of ruggespraak.
    5. Het lid dat ophoudt te voldoen aan de eisen voor het lidmaatschap zoals in deze regeling of het huishoudelijk reglement gesteld, treedt op dat moment af.
    6. De leden kunnen tussentijds opzeggen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter van de Wmo-adviesraad, die de opzegging meldt aan het college en maatregelen treft om in de opvolging te voorzien.
    7. Een aftredend lid blijft zo mogelijk zijn functie waarnemen totdat in zijn opvolging is voorzien.

 

Artikel 4 Agenda-commissie

  1. De agenda-commissie van de Wmo-adviesraad bestaat ten minste uit vier leden onder wie de voorzitter, secretaris en penningmeester.
  2. De leden regelen onderling hun vervanging.
  3. De agenda-commissie functioneert op basis van het huishoudelijk reglement.
  4. De voorzitter ondertekent de uitgaande stukken van de Wmo-adviesraad.

 

Artikel 5 Ambtelijk contactpersoon

  1. Het college wijst een ambtelijk contactpersoon voor Wmo-zaken aan en regelt zijn vervanging.
  2. De ambtelijke contactpersoon is geen lid van de Wmo-adviesraad en is als aanspreekpunt belast met de verstrekking van informatie op het gebied van Wmo-taken.

 

Artikel 6 Advisering

  1. Het college vraagt aan de Wmo-adviesraad vooraf schriftelijk advies over alle voorstellen met betrekking tot het beleid als in artikel 2, lid 2 van deze regeling bedoeld. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.
  2. De adviesaanvrage wordt begeleid door de aan het voorgestelde besluit ten grondslag liggende stukken, motivatie en andere relevante informatie inclusief de planning van het besluitvormingsproces.
  3. De Wmo-adviesraad brengt zijn advies schriftelijk uit binnen zes weken na ontvangst van de adviesaanvraag. Indien de Wmo-adviesraad van oordeel is dat een advies niet binnen deze termijn kan worden gegeven geeft hij daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan het college onder opgave van redenen. In overleg wordt zo mogelijk een nieuwe termijn gesteld.
  4. Het college betrekt de adviezen zichtbaar bij de besluitvorming en indien het college van het advies afwijkt, doet het dat gemotiveerd op schrift binnen 4 weken na ontvangst van het betreffende advies.
  5. Het college draagt er zorg voor dat de adviezen van de Wmo-adviesraad en de schriftelijke reactie van het college daarop ter kennisneming worden gebracht van de gemeenteraad.
  6. In spoedeisende gevallen kan het college de Wmo-adviesraad – met redenen omkleed – vragen te adviseren waarbij wordt afgeweken van de termijnen, genoemd in lid 1 en 3 van dit artikel.

 

Artikel 7 Werkwijze

  1. De Wmo-adviesraad kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester en brengt deze keuzes ter kennis van het college.
  2. De Wmo-adviesraad komt ten minste tien keer per jaar bijeen en zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of door ten minste drie leden met opgave van redenen aan de voorzitter wordt gevraagd.
  3. De voorzitter roept de leden schriftelijk of per e-mail op voor de vergadering, onder opgaaf van de punten die zullen worden behandeld. De secretaris draagt er zorg voor dat de agenda en vergaderstukken vijf dagen voor de vergadering aan de leden worden toegezonden. In voorkomende gevallen kan, met opgave van reden, deze termijn worden bekort. Voorts draagt de voorzitter er zorg voor dat de stukken voor een ieder beschikbaar zijn. De Wmo-adviesraad vergadert en besluit in het openbaar.
  4. De vergadering wordt door afkondiging op de in de gemeente gebruikelijke wijze ter openbare kennis gebracht. Deze afkondiging vermeldt:
    1. de datum, de aanvangstijd en plaats van de vergadering, alsmede de agenda;
    2. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende voorstellen kan inzien.
  5. Besluiten van de Wmo-adviesraad worden genomen bij meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken, beslist de voorzitter. De stemming over personen geschiedt schriftelijk. Alle overige stemmingen geschieden mondeling tenzij één van de leden een schriftelijke stemming verlangt.
  6. Het advies van de Wmo-adviesraad aan het college bevat – voor zover relevant – de zienswijzen van de leden van de Wmo-adviesraad.
  7. De voorzitter is bevoegd ambtenaren en andere deskundigen uit te nodigen tot het deelnemen aan de vergaderingen van de Wmo-adviesraad.

 

Artikel 8 Huishoudelijk reglement

  1. De Wmo-adviesraad stelt een huishoudelijk reglement op dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan het college.
  2. In het huishoudelijk reglement wordt in elk geval geregeld:
    1. het ontslag van leden in geval van overlijden, ondercuratelestelling, ontslagaanvrage en disfunctioneren
    2. de werving van kandidaten bij vacatures en de bindende voordracht voor benoeming door het college;
    3. het opstellen van een rooster van aftreden waarbij moet worden voorkomen dat voorzitter, secretaris en penningmeester tegelijk aftreden;
    4. het opstellen en bijhouden van een overzicht van nevenfuncties van de leden;
    5. protocol voor verstrekking van onkostenvergoedingen op declaratiebasis;
    6. het instellen van werkgroepen.

 

Artikel 9 Facilitering

  1. Voor het bijwonen van de vergaderingen wordt aan de leden en de voorzitter van de Wmo-adviesraad een onkostenvergoeding per vergadering toegekend met een maximum van tien vergaderingen per jaar, inclusief de beide bijeenkomsten als bedoeld in artikel 13 , lid 1.
  2. De onkostenvergoeding wordt jaarlijks trendmatig aangepast op basis van de richtlijnen voor het opstellen van de gemeentebegroting.
  3. Voor de uitoefening van de taak van de Wmo-adviesraad neemt het college in de gemeentebegroting een budget op. Het toekennen van het budget geschiedt op basis van een begroting die de Wmo-adviesraad voor 1 mei van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar indient bij het college. Op verzoek van de Wmo-adviesraad kan het college het budget tussentijds aanpassen, voor zover daarmee de in de gemeentebegroting gestelde kaders niet worden overschreden.
  4. De penningmeester dient relevante nota´s en presentielijsten van de vergaderingen – voorzien van een akkoordverklaring – in bij de ambtelijke contactpersoon die binnen twee weken zorgt voor afwikkeling.
  5. De ambtelijke contactpersoon verstrekt de penningmeester jaarlijks op 15 april, 15 juli, 15 oktober en 15 januari een overzicht van de uitgaven tot en met het voorafgaande kwartaal zijn.

 

Artikel 10 Verslaglegging

  1. De Wmo-adviesraad zorgt ervoor dat van zijn vergaderingen en de genomen besluiten een beknopt verslag op wordt gesteld dat voldoende inzicht biedt in de argumentatie die tot de besluiten heeft geleid.
  2. Het ontwerp-verslag wordt via internet openbaar gemaakt.

 

Artikel 11 Bestuurlijk overleg

  1. Tussen de portefeuillehouder Wmo – namens het college – en de Wmo-adviesraad vindt tweemaal per jaar gestructureerd overleg plaats.
  2. De portefeuillehouder doet binnen twee weken schriftelijk verslag van het overleg en de daarin gemaakte afspraken. Daarbij wordt in ieder geval aangegeven wat er met de door de Wmo-adviesraad uitgebrachte adviezen is gedaan.
  3. Tussen de portefeuillehouder Wmo en de agendacommissie van de Wmo-adviesraad vindt ten minste vier maal per jaar gestructureerd overleg plaats. De verslaglegging hiervan – binnen twee weken – wordt door de Wmo-adviesraad verzorgd.
  4. De agenda´s voor de overleggen in lid 1 en 3 worden in onderling overleg opgesteld.

 

Artikel 12 Evaluatie
Twee jaar na de instelling van de Wmo-adviesraad, of zoveel eerder als de Wmo-adviesraad dit nodig oordeelt, evalueert hij zijn werkzaamheden op effectiviteit en efficiëntie. Aan de hand van de uitkomsten verbetert hij de eigen werkwijze en doet voorstellen tot eventuele gewenste aanpassingen van deze regeling.

 

Artikel 13 Slotbepalingen

  1. Het college vraagt advies aan de Wmo-adviesraad bij belangrijke beperking, uitbreiding of andere wijzigingen van de werkzaamheden van de Wmo-adviesraad alsmede bij de wijziging van deze regeling.
  2. In gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist het college, na daartoe advies te hebben ingewonnen van de Wmo-adviesraad.
  3. Deze regeling treedt in werking op de dag na de publicatie ervan en kan worden aangehaald als: ‘Regeling Wmo-adviesraad West Maas en Waal’.

 

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal in zijn vergadering van 9 december 2008.
De secretaris, De voorzitter
P.G. Arissen, Th.A.M. Steenkamp

Agenda

Er zijn geen aankomende evenementen op dit moment.