Verslag Themabijeenkomst: “Wat verslaving met je kan doen”

Op 11-10-2017 vond de thema-avond “Wat verslaving met je kan doen” plaats in de Rosmolen in Beneden- Leeuwen. De avond werd georganiseerd door de Wmo-adviesraad West Maas en Waal, in samenwerking met Zorgbelang Gelderland en Iriszorg.

De drukbezochte avond werd geopend en geleid door Hanneke Schut, van Zorgbelang Gelderland. Naast ouders en enkele jongeren, waren ook professionals uit de zorg, leerkrachten en ambtenaren uit de gemeente West Maas en Waal aanwezig.

Als eerste kwam V. als ervaringsdeskundige aan het woord. Hij vertelde over zijn gameverslaving. V. groeide op in de gemeente West Maas en Waal en maakte als vijfjarige de echtscheiding van zijn ouders mee. Na enkele jaren zorgde dit ervoor dat hij zich verdrietig voelde en zich ging isoleren. V. speelde liever alleen, dan met andere kinderen. Op de basisschool werd hij gepest door een leraar en door andere kinderen. Hij voelde zich alleen en had het gevoel dat de hele wereld tegen hem was. Dit gevoel veranderde niet toen V. naar de Middelbare school ging. Ook hier werd hij gepest en zag hij geen andere uitweg meer dan een poging tot zelfmoord. Vanaf dat moment kreeg V. hulp van een psycholoog en hij leerde dat hij het moeilijk vond als hij niet serieus werd genomen. Na het beëindigen van de therapie, was dit iets waar V. tegenaan liep: hij werd niet serieus genomen. V. zocht zijn toevlucht in de virtuele wereld en langzaamaan ontstond in die tijd zijn gameverslaving.
Na de middelbare school koos hij een vervolgopleiding, maar was meer bezig met gamen dan met school. Ook kreeg hij in die tijd de ziekte van Pfeiffer. Hierdoor kon hij niet naar school en gamede hij des te meer. Toen de ziekte van Pfeiffer over was en V. weer naar school kon, ging hij wel maar volgde geen lessen. Hij zei zijn moeder dat hij naar school ging. Dit deed hij ook, maar ging vervolgens in de kantine zitten gamen. V. was in deze tijd zo’n veertien uur per dag online. Uiteindelijk besteedde V. al het geld van zijn spaarrekening aan online gamen. Hij was ongelukkig en wilde opnieuw een zelfmoordpoging doen. Zijn moeder kwam hier achter en stelde hem voor de keuze: naar een afkickkliniek, of het huis uit. Twee weken later stond er ineens een filmploeg voor de deur van het programma: Verslaafd. V. werkte mee aan het afkicken van zijn verslaving en nu is hij zover dat hij zijn dromen kan volgen. V. wil zelf hulpverlener worden in de jeugd- of verslavingszorg en kan nu zeggen dat hij gelukkig is.

Na V.  was het woord aan Irmgard Poelmans. Zij werkt als preventiemedewerker bij Iriszorg en richt zich in haar werk op het voorkomen van verslavingen.
Via verschillende stellingen nam Irmgard de aanwezigen mee in de kennis over verslaving. De eerste stelling was dat het alcoholgebruik bij jongeren tussen de 13 en 15 jaar is toegenomen. Alhoewel het gros dacht dat het waar was, bleek dit niet zo te zijn. In 2011 had 51% van de jongeren tussen de 13 en 15 jaar in Gelderland Zuid weleens alcohol gedronken, in 2015 was dit nog 35%.
Als opvallend detail noemt Irmgard dat er op het platteland meer alcohol wordt gedronken dan in steden. Voor blowen geldt dit juist andersom. Alcohol wordt door ouders vaak als normaler gezien dan drugs. Naast het drinken van alcohol, is ook het blowen afgenomen in de afgelopen jaren. In 2007 had 13% van de jongeren tussen de 13 en 15 jaar ooit geblowd, in 2015 was dit nog 7%. Het gebruik van harddrugs is echter wel toegenomen. Het gaat dan wel veelal om de oudere jeugd.
Irmgard vertelt dat gebruik van hasj en wiet niet altijd verslavend is, maar het kan wel. Indien een jeugdige blowt, kan dat te herkennen zijn aan de volgende signalen: de schoolresultaten gaan achteruit; passief gedrag; houdt zich slecht aan afspraken; regelmatig conflicten met ouders/school; liegen; weinig interesses buiten het blowen om; hangen vaak buiten op straat; ouders hebben geen zicht op vrienden, aldus Irmgard.
Naast drank en drugs, komen ook gameverslavingen geregeld voor. Het valt op dat een jongere dan weinig plezier beleeft aan andere dingen buiten het computeren om. Ook worden familie, vrienden en schoolwerk verwaarloosd en worden jongeren boos als ze moeten stoppen.
Er worden tips gegeven om verslavingen te voorkomen of te verminderen: stel duidelijke en eenvoudige regels, pubers hebben behoefte aan structuur; spreek consequenties af; probeer in contact te blijven met pubers; zoek contact met andere ouders; reageer op overmatig gebruik.
Tot slot noemt Irmgard dat ouders meer invloed hebben dan zij denken. Indien ouders zich zorgen maken om een mogelijke verslaving, kunnen zij contact opnemen met Iriszorg.

De ervaringsdeskundige B. nam het woord over van Irmgard. B. is nu 28 jaar en is opgegroeid in de gemeente West Maas en Waal. In zijn verleden heeft B. te maken gehad met een drugsverslaving.
Toen hij twaalf jaar oud was, rookte hij zijn eerste joint. Enkele jaren later, op zijn vijftiende, gebruikte hij voor het eerst harddrugs. B. had oudere vrienden en zodoende kwam hij al op jonge leeftijd in aanraking met drugs.
B. vertelde dat hij goed was in het verbergen van zijn drugsgebruik en zijn ouders merkten dit in eerste instantie niet op. Hij ging toen ook gewoon nog naar school. Zijn ouders gingen scheiden in die tijd en voor B. was dit iets waar hij zijn drugsgebruik op af kon schuiven. De scheiding zorgde er voor dat hij drugs gebruikte, hield hij zichzelf voor.
B. gebruikte een aantal jaren drugs en loog zich overal uit, totdat het niet meer verder kon. Zijn ouders stelden hem de volgende keuze: of behandeling in een kliniek, of uit huis gaan. B. koos voor het laatste en kwam op straat terecht. Gedurende zes maanden sliep hij af en toe bij mensen en regelmatig op straat. Hij kwam steeds dieper in de problemen met justitie en financiën.
B. was in die tijd erg boos op iedereen die hem had laten vallen, maar is ze achteraf wel dankbaar. Hij had deze maanden nodig om in te zien dat hij hulp nodig had. Toen hij tot inzicht was gekomen, belde hij zijn moeder op om te vragen of ze hem alsjeblieft naar de kliniek wilde brengen. Dit deed ze. B. ging naar een kliniek in het buitenland, waar hij begon te leven volgens de basis. Hij moest in de kliniek zelf voor zijn basisvoorzieningen zorgen. Bijvoorbeeld door het houden van dieren en het verbouwen van groenten om te kunnen eten.
Bijzonder aan deze plek was dat de jongeren samen verantwoordelijk waren voor elkaars gedrag en als het goed met je ging, kon je doorgroeien tot supervisor. B. heeft hier geleerd wat vriendschap is en hij leerde om sorry te zeggen. Ook leerde hij om verantwoording voor zijn eigen zaken te nemen en anderen niet de schuld te geven van dingen die hij zelf veroorzaakte.
Na vier jaar ging het zo goed met B., dat hij de kliniek kon verlaten. Inmiddels is B. alweer een jaar thuis en kan hij zeggen dat het goed met hem gaat.

Bert van Swam, wethouder gemeente West Maas en Waal, neemt tot slot het woord en geeft aan dat er geen beter verhaal te vertellen is, dan die van ervaringsdeskundigen. Bert geeft aan dat het belangrijk is,dat mensen hun zorgen moeten blijven delen met elkaar. Alleen dan heb je kans dat je voortijdig kan ingrijpen bij een beginnende verslaving. Tot slot geeft Bert aan dat hij blij is dat deze avond is georganiseerd door de Wmo-adviesraad. Hij hoopt dat de Wmo-adviesraad dergelijke avonden in de toekomst wil gaan organiseren. Bert sluit af met het volgende toepasselijke citaat: “It takes a village to raise a child” waarmee bedoeld wordt dat bij het opvoeden van kinderen alle mensen in de directe omgeving van het kind betrokken zijn.